Deze liedjes hebben we geleerd.

 
 
 
 
'k Droomde gist'ren van een ventje
en zijn buikje was van koek.
Van sucade was zijn neusje
en van chocola zijn broek.
't Ventje liep op witte klompjes
en die waren van fondant.
En een wandelstok van suiker
hield hij in zijn rechterhand.
 
 
 
 
1: Mama Beer en Papa Beer
lopen samen heen en weer.
2: Poot omhoog en
3: zet hem op de grond.
4: Zo wand'len zij in een kringetje rond.
 
1: Gearmd rondlopen.
2: Naar elkaar kijken en 1 voet optillen.
3: Voet weer neerzetten.
4: Ronddraaien.
 
Ik ben meneer de bruine beer.
Ik woon in een hol vlak bij het meer
en elke dag zing ik keer op keer:
Pom pi dom pi dom.
 
Een bruine beer weegt zwaar als lood.
Ik ben dan ook ontzettend groot.
De mensen die zijn als de dood.
Ik ben ontzettend groot.
 
Als ik soms een mens zie gaan.
Ga ik er snel achteraan.
Ik sluip zachtjes naar hem toe
en roep dan heel hard: "Boe!!!!"
 
 
 
 
 
Huppel druppel regendropje,
val maar op mijn blote kopje.
Val maar op mijn regenjas.
Regendropje, plas, plas, plas.
 
 
Herfst, de blaadjes vallen van de bomen.
Herfst, je ziet de straten overstromen.
Het regent dat het giet,
maar erg vind ik dat niet,
want met m'n laarzen en mijn regenjas
loop ik door elke plas.
 
 
 
 
 
Heks, lelijke heks, lelijke toverheks.
Wat ga je toveren,
zeker weer iets geks.(2x)
Roerend in een pannetje
zo maak jij een plannetje.
Dan een toverspreuk.
En wij worden reuzen, ri ra reuzen.
en wij worden reuzen.
Jongens dat is
leuk.
Carnaval
 
melodie: Altijd is Kortjakje ziek
 
Carnaval is om te zingen,
om te dansen
en te springen.
Gekke kleren,
gekke hoedjes
en wat schmink op onze snoetjes.
Gekke mensen overal.
Ja, dat is dan Carnaval.
 
Wat hoor ik toch?
 
Wat hoor ik toch
Wat hoor ik toch?
Wat is dat voor een beest.
Ra,ra,ra, hoe heet dat beest?
Weet jij wel wat dat is geweest?
Ra,ra,ra, hoe heet dat beest?
 
 
 
Twee kleine visjes.
 
Twee kleine visjes zwommen in een kom.
De ene heette Tim en de and're heette Tom.
Ze wilden wel eens weten wie het hardste zwom.
Wie zou dat wezen: Timmy of Tom.
 
Dat werd een wedstrijd in die glazen kom.
Het ene visje Tim naast het and're visje Tom.
Wie zou het nu gaan winnen in die vissenkom?
Wie zou dat wezen: Timmy of Tom?
 
 
Vijf kleine eitjes,
 
Vijf kleine eitjes liggen naast elkaar.
Uit eentje kruipt een kuikentje dat zei:
"Nu ben ik klaar.
Ik ga de wijde wereld in.
O, wat ben ik blij."
Nu liggen er nog vier kleine eitjes op een rij.
 
Vier kleine eitjes liggen naast elkaar......
...............
 
 
              
Zeg maar dag met je handje.....
 
Zeg maar dag met je handje,
zeg maar dag, dag, dag.
Zeg maar dag met je handje.
Zeg maar dag.
Wat jammer dat je weggaat
en dat ons alleen laat.
Zeg maar dag met je handje,
zeg maar dag, dag, dag.
Zeg maar dag met je handje.
Zeg maar dag.
 
 
Clowntje heeft een rode neus.
 
Clowntje heeft een rode neus,
rode neus, rode neus.
Clowntje heeft een rode neus,
HA, ha, ha, ha, ha.
En als hij dan gaat dansen,
Hopsa falde ra.
Dan doen we hem allemaal na, ja, ja.
Dan doen we hem allemaal na.
 
 
 
Tjoep, zegt de vlieger.
 
Tjoep, zegt de vlieger en hij vliegt de lucht in.
Tjoep, zegt de vlieger en hij vliegt omhoog.
Zie je de vlieger vliegen,
almaar hoger vliegen.
Tjoep, zegt de vlieger en hij vliegt de lucht in.
Tjoep, zegt de vlieger en hij vliegt omhoog.
 Regenlied              
 
Regen, regen val maar neer.
'k Ben niet bang voor jou, meneer.
Ik heb een plu, een paraplu,
een plu tegen de regen.
 
Iedereen blijft binnen,
maar wij zijn lekker hier.
We stampen in de plassen
en hebben veel plezier.
Opa Bakkebaard
  
Opa Bakkebaard heeft een huisje                  
en in dat huisje, daar is het goed,                
opa Bakkebaard is aan 't werken                   
en weet jij wel wat hij doet?                          

Hij veegt de vloer,
met een bezem, met een bezem,
hij veegt de vloer,
zo veegt hij de vloer.

Wij bedachten ook:

Hij bakt een ei, in een emmer, in een emmer,
Hij wast zijn haar
met de pindakaas, met de pindakaas.
Hij eet zijn soep
met een vork, met een vork.
Hij wast zijn broek in de modder, in de modder.
Hij roert zijn pap
met een tandenborstel, met een tandenborstel.                           .
De juffrouw heeft een baby-tje:
(melodie: In Den Haag daar woont een Graaf) 
 
 
 
 
De juffrouw heeft een baby-tje
met kleine rose handjes.
En als ik in zijn mondje kijk
dan heeft hij nog geen tandjes.
Elke keer dan denk ik weer:
die tandjes zijn vergeten.
O, wat zal dat lastig zijn
als hij brood moet eten.
Een koetje en een kalfje,
 
Een koetje en een kalfje liepen in de wei.
Toen kwam er een heel dik varkentje voorbij.
Dat zei, dat zei:
Geef dat kalfje maar aan mij.
Nee, zei de koe: Boe, boe boe.
Nee, zei de koe: Boe, boe boe.
 
De trein.
 
De trein die rijdt op wielen,
op wielen, op wielen.
De trein die rijdt op wielen,
op wielen rijdt de trein.
 
En dan komt de conducteur
en die knipt de kaartjes deur (moet wel rijmen)
en dan blaast hij op zijn fluit
en dan gaat de trein vooruit.
 
De trein die rijdt op wielen,
op wielen, op wielen.
De trein die rijdt op wielen,
op wielen rijdt de trein.
 
 
 

www.bigoo.wswww.bigoo.wswww.bigoo.wswww.bigoo.wswww.bigoo.wswww.bigoo.wswww.bigoo.wswww.bigoo.wswww.bigoo.ws
Home   weblog sinds: 2007-02-02

Ontwikkeld door punt.nl en gehost door mijndomein.nl. Problemen met de inhoud van deze log? Klik hier.